Verschil tussen inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting
Als ondernemer in Nederland krijg je vroeg of laat te maken met twee fundamenteel verschillende belastingstelsels: de inkomstenbelasting (IB) en de vennootschapsbelasting (VPB). Welk stelsel op jou van toepassing is, hangt af van de rechtsvorm die je hebt gekozen. Drijf je een eenmanszaak of vof, dan val je onder de inkomstenbelasting. Heb je een besloten vennootschap (BV), dan betaalt jouw bedrijf vennootschapsbelasting. Het verschil lijkt simpel, maar de financiële gevolgen zijn ingrijpend: tarieven, aftrekposten, het moment van belastingheffing en de optimale winstverdeling werken in beide stelsels heel anders. Dit artikel legt precies uit hoe dat zit, welke tarieven gelden in 2026 en wanneer overstappen van IB naar VPB slim is.
Definitie van inkomstenbelasting: hoe werkt IB voor ondernemers?
Inkomstenbelasting is de belasting die een natuurlijk persoon betaalt over zijn of haar inkomen. Voor ondernemers met een eenmanszaak, vof, maatschap of cv geldt dat de winst uit de onderneming direct wordt opgeteld bij het persoonlijk inkomen. Je betaalt IB dus niet als bedrijf, maar als persoon. De Belastingdienst beschouwt jou en jouw bedrijf fiscaal als één en dezelfde entiteit. Dit klinkt eenvoudig, maar het heeft grote gevolgen: alle winst die het bedrijf maakt, is in hetzelfde jaar belastbaar voor jou persoonlijk — ook als je die winst niet volledig uitkeert aan jezelf maar in het bedrijf laat zitten.
De IB kent in 2026 twee schijven in box 1, waar ondernemerswinst onder valt. Over de eerste schijf tot circa 38.441 euro betaal je 35,82 procent. Boven dat bedrag geldt een tarief van 49,50 procent. Als ondernemer die aan het urencriterium voldoet (minimaal 1.225 uur per jaar in de onderneming werken), heb je recht op diverse ondernemersfaciliteiten: de zelfstandigenaftrek (in 2026 vastgesteld op 900 euro), de startersaftrek en de mkb-winstvrijstelling van 12,7 procent. Die vrijstelling wordt berekend over de winst ná aftrek van de ondernemersaftrekken, waardoor de effectieve belastingdruk lager uitvalt dan de bruto tarieven doen vermoeden.
Definitie van vennootschapsbelasting: hoe werkt VPB voor een BV?
Vennootschapsbelasting is de belasting die een rechtspersoon — in de praktijk vrijwel altijd een besloten vennootschap (BV) of naamloze vennootschap (NV) — betaalt over zijn belastbare winst. Het cruciale onderscheid met de IB: bij een BV zijn de rechtspersoon en de aandeelhouder twee afzonderlijke entiteiten voor de Belastingdienst. De BV betaalt zelf VPB over de gemaakte winst. Wil jij als directeur-grootaandeelhouder (DGA) geld privé ontvangen, dan moet je jezelf een salaris uitkeren of dividend uitschütten — en over beide betaal je daarna opnieuw belasting. Dit wordt de dubbele heffing of economische dubbele belasting genoemd.
In 2026 gelden voor de VPB twee tarieven. Over de eerste 200.000 euro belastbare winst betaalt de BV 19 procent (het lage tarief). Over het meerdere boven die grens geldt het hoge tarief van 25,8 procent. Op het eerste gezicht lijken deze tarieven veel lager dan de IB-tarieven van 35,82 en 49,50 procent. Dat klopt — maar vergelijk ze niet direct, want bij een BV volgt er nog een tweede belastingmoment wanneer jij als DGA geld privé opneemt. Dividend wordt in box 2 belast: in 2026 geldt een tarief van 24,5 procent over de eerste 67.804 euro aan box-2-inkomen en 33 procent over het meerdere.
Belangrijkste verschillen tussen inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting
Het meest fundamentele verschil is het belastingsubject. Bij de IB ben jij als persoon de belastingplichtige; bij de VPB is de BV zelf de belastingplichtige. Dit heeft directe gevolgen voor het moment van heffing, de beschikbare aftrekposten en de manier waarop je winst kunt reserveren. Bij een eenmanszaak is alle winst van het boekjaar direct belastbaar in jouw aangifte inkomstenbelasting, ongeacht of je dat geld daadwerkelijk hebt opgenomen. Bij een BV blijft winst die je niet als salaris of dividend uitkeert, in de BV zitten en is die pas belast in box 2 op het moment van uitkering. Dit geeft een BV een liquiditeitsvoordeel en de mogelijkheid tot fiscaal voordelig reserveren.
Een tweede groot verschil zit in de ondernemersfaciliteiten. Als IB-ondernemer die voldoet aan het urencriterium, heb je recht op de zelfstandigenaftrek, startersaftrek, meewerkaftrek en de mkb-winstvrijstelling. Deze aftrekken bestaan niet voor een BV. De BV heeft wel eigen faciliteiten, zoals de innovatiebox (laag effectief tarief van 9 procent op innovatiewinst), de liquidatieverliesregeling en de mogelijkheid om verliesverrekening over meerdere jaren toe te passen. Daarnaast kent de BV de gebruikelijkloonregeling: als DGA ben je verplicht jezelf een salaris van minimaal 56.000 euro per jaar uit te keren in 2026 (of het markconforme loon als dat hoger is), wat direct IB-plichtig inkomen genereert.
Wanneer kies je voor de inkomstenbelasting (eenmanszaak of vof)?
Een eenmanszaak of vof is fiscaal aantrekkelijk zolang je winst relatief beperkt blijft en je de ondernemersfaciliteiten volledig benut. Tot een winst van ruwweg 80.000 à 100.000 euro per jaar is de effectieve belastingdruk via de IB in de meeste gevallen lager dan via de BV-route, mede dankzij de zelfstandigenaftrek en de mkb-winstvrijstelling. Een concreet voorbeeld: bij een winst van 70.000 euro en gebruik van alle aftrekken kom je na de mkb-winstvrijstelling van 12,7 procent op een belastbare winst van circa 60.300 euro. Na toepassing van de belastingtarieven en heffingskortingen betaal je effectief een stuk minder dan de 35,82 of 49,50 procent bruto tarieven suggereren.
Bovendien is een eenmanszaak administratief eenvoudiger en goedkoper. Je hebt geen notarisakte nodig, geen verplichting tot het deponeren van jaarrekeningen bij de Kamer van Koophandel en je loopt geen risico op de DGA-gebruikelijkloonregeling. Voor starters, freelancers en ondernemers met een lagere omzet is de IB-route dan ook vaak de meest logische keuze. Let wel: de zelfstandigenaftrek wordt de komende jaren verder afgebouwd. In 2027 daalt deze naar 400 euro, waardoor het omslagpunt voor de BV-route geleidelijk naar beneden schuift. Wie nu nog profiteert van een substantiële zelfstandigenaftrek, doet er goed aan dit jaar al te rekenen of omzetten loont.
Wanneer kies je voor de vennootschapsbelasting (BV)?
Zodra de winst van je onderneming structureel boven de 100.000 à 150.000 euro per jaar uitkomt, wordt de BV fiscaal interessant. De reden is het lage VPB-tarief van 19 procent over de eerste 200.000 euro winst. Vergelijk dit met het IB-toptarief van 49,50 procent: het verschil is enorm. Stel je maakt 150.000 euro winst. Via de IB betaal je over het deel boven circa 38.441 euro al 49,50 procent. Via de BV betaal je over de volledige 150.000 euro slechts 19 procent VPB. Pas bij dividenduitkering volgt de box-2-heffing, maar die kun je uitstellen zolang je het geld in de BV laat. Dit uitstel van belastingheffing is een krachtig liquiditeits- en rente-op-rente-voordeel.
Een BV biedt bovendien voordelen buiten de fiscaliteit. Je persoonlijke aansprakelijkheid is beperkt tot het ingebrachte kapitaal (minimaal 0,01 euro sinds 2012). Je kunt aandelen overdragen of externe investeerders aantrekken zonder de bedrijfsvoering te onderbreken. Pensioen in eigen beheer is weliswaar afgeschaft, maar via een holdingstructuur kun je vermogen opbouwen en beschermen. Heb je meerdere bedrijfsactiviteiten, dan is een holdingstructuur met werkmaatschappijen ook vanuit risicomanagement aantrekkelijk: de activa in de holding zijn beschermd tegen aansprakelijkheidsrisico's in de werkmaatschappij. Al deze factoren maken de BV niet alleen een fiscale keuze, maar ook een strategische.
Praktijkvoorbeelden: IB versus VPB bij verschillende winstniveaus in 2026
Om het verschil concreet te maken, vergelijken we drie winstniveaus. Bij een winst van 50.000 euro is de eenmanszaak vrijwel altijd voordeliger. Na zelfstandigenaftrek (900 euro) en mkb-winstvrijstelling (12,7 procent) bedraagt de belastbare winst circa 42.900 euro. De totale IB-last bedraagt inclusief premies volksverzekeringen ruwweg 15.000 à 17.000 euro. Een BV zou over 50.000 euro winst 9.500 euro VPB betalen (19 procent), maar het resterende bedrag van 40.500 euro zit nog vast in de BV. Bij dividenduitkering volgt nog box-2-heffing, waardoor de totale last hoger uitkomt. Bij 120.000 euro winst is het omslagpunt bereikt en is de BV concurrerend. De DGA keert zichzelf het gebruikelijk loon uit (56.000 euro), betaalt daarover IB, en de resterende BV-winst van circa 64.000 euro wordt belast met 19 procent VPB (12.160 euro). Het gecombineerde tarief ligt nu lager dan puur de IB-route. Bij 250.000 euro winst is de BV duidelijk voordeliger: de eerste 200.000 euro BV-winst (na salaris) wordt belast met 19 procent, het meerdere met 25,8 procent — een fors voordeel ten opzichte van het IB-toptarief van 49,50 procent.
Samenvatting
Het verschil tussen inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting draait om twee kernvragen: wie is de belastingplichtige en wanneer wordt de winst belast? Voor IB-ondernemers (eenmanszaak, vof) geldt: winst is direct persoonlijk belastbaar, maar ondernemersfaciliteiten drukken de last. Voor BV's geldt: het bedrijf betaalt VPB (19 of 25,8 procent) en pas bij uitkering volgt box-2-heffing. Tot circa 100.000 euro winst is de IB-route doorgaans voordeliger. Daarboven wint de BV terrein. Bereken jaarlijks je break-even punt opnieuw — want tarieven, aftrekken en jouw persoonlijke situatie veranderen. Raadpleeg een belastingadviseur of fiscalist om de omslag concreet door te rekenen voor jouw situatie.
Klaar om dit te automatiseren?
JustRunBiz combineert boekhouding, CRM, HR, helpdesk, voorraad, marketing en projectmanagement in één platform. AI ingebouwd in elke module, alle modules inbegrepen. 30 dagen gratis proberen.
Gratis proberen