Vennootschapsbelasting: tarieven, aangifte en tips
De vennootschapsbelasting (vpb) is de belasting die BV's, NV's en andere rechtspersonen betalen over hun winst. Met tarieven van 19% en 25,8% in 2026 is het essentieel om te begrijpen hoe de vpb werkt en welke mogelijkheden er zijn om je belastingdruk te verlagen. In dit uitgebreide artikel lees je alles over tarieven, aangifte, verliesverrekening en praktische besparingstips.
Wat is vennootschapsbelasting?
Vennootschapsbelasting, afgekort vpb, is een directe belasting die wordt geheven over de winst van rechtspersonen. De belangrijkste vpb-plichtigen zijn besloten vennootschappen (BV's) en naamloze vennootschappen (NV's). Daarnaast zijn ook stichtingen, verenigingen en cooperaties vpb-plichtig als zij een onderneming drijven.
De vpb is geregeld in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. De belastbare winst wordt bepaald op basis van goed koopmansgebruik, wat in de praktijk betekent dat de commerciele jaarrekening het uitgangspunt is, met fiscale correcties. De aangifte wordt ingediend bij de Belastingdienst.
In tegenstelling tot de inkomstenbelasting, die wordt geheven over het totale inkomen van een natuurlijk persoon, wordt de vpb uitsluitend geheven over de winst van de rechtspersoon. De uitkering van winst aan aandeelhouders (dividend) wordt vervolgens belast in box 2 van de inkomstenbelasting.
Het vpb-systeem is dus een zogeheten klassiek stelsel: eerst betaalt de BV vpb over de winst, daarna betaalt de aandeelhouder box 2-heffing over het dividend. Dit leidt tot een gecombineerde belastingdruk die afhangt van de hoogte van de winst en het dividend.
Vpb-tarieven in 2026
In 2026 gelden twee vpb-tarieven. Over de eerste €200.000 aan belastbare winst betaal je 19%. Over het meerdere geldt een tarief van 25,8%. Deze tarieven zijn sinds 2023 ongewijzigd gebleven en er is voorlopig geen wijziging aangekondigd.
Een BV met een winst van €200.000 betaalt dus €38.000 aan vpb. Bij een winst van €500.000 is de berekening: 19% over €200.000 = €38.000, plus 25,8% over €300.000 = €77.400, totaal €115.400. Het effectieve tarief stijgt naarmate de winst toeneemt, van 19% naar maximaal 25,8%.
Voor de DGA (directeur-grootaandeelhouder) is het belangrijk om de gecombineerde druk van vpb en box 2 te berekenen. Bij een winst in de eerste schijf: 19% vpb plus 24,5% box 2 over het restant geeft een gecombineerde druk van circa 38,8%. Bij hogere winsten kan de gecombineerde druk oplopen tot circa 50,3%.
Het lage tarief van 19% tot €200.000 is specifiek bedoeld om het MKB te ondersteunen. Door winsten te verdelen over meerdere BV's in een fiscale eenheid kun je in principe niet meerdere keren profiteren van het lage tarief. De fiscale eenheid wordt namelijk als een belastingplichtige behandeld.
Vpb-aangifte: termijnen en procedure
De aangifte vpb moet worden ingediend binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar. Voor de meeste bedrijven met een boekjaar gelijk aan het kalenderjaar is de deadline dus 1 juni. Je kunt uitstel aanvragen bij de Belastingdienst, waarmee de termijn wordt verlengd tot elf maanden na het boekjaar (1 december).
De aangifte wordt digitaal ingediend via het portaal van de Belastingdienst of via professionele aangiftesoftware. In de aangifte verwerk je de fiscale winstberekening, inclusief correcties op de commerciele winst, investeringsaftrekken, verliesverrekening en eventuele faciliteiten zoals de innovatiebox.
Voordat je de definitieve aangifte indient, kun je een voorlopige aangifte doen om de voorlopige aanslag te laten vaststellen. Dit is handig om te voorkomen dat je een hoge voorlopige aanslag ontvangt op basis van de winst van het voorgaande jaar. Na de definitieve aangifte volgt de definitieve aanslag.
Bij het niet tijdig indienen van de aangifte riskeer je een verzuimboete. Deze bedraagt maximaal €5.514 per aangifte. Daarnaast kan de Belastingdienst een ambtshalve aanslag opleggen op basis van een schatting, die doorgaans hoger uitvalt dan je werkelijke winst. Het is dus van belang om altijd tijdig aangifte te doen.
Tip
Vraag altijd uitstel aan voor de vpb-aangifte, ook als je denkt op tijd te zijn. Dit geeft je een buffer als de jaarrekening onverwacht langer duurt.
Aftrekbare kosten in de vpb
In beginsel zijn alle kosten die worden gemaakt ten behoeve van de onderneming aftrekbaar van de winst. Dit omvat personeelskosten, huisvestingskosten, inkoop, afschrijvingen op bedrijfsmiddelen, advieskosten en marketinguitgaven. De kosten moeten zakelijk zijn en verband houden met de bedrijfsactiviteiten.
Er zijn echter ook niet-aftrekbare kosten. De belangrijkste categorie is de vennootschapsbelasting zelf: deze is niet aftrekbaar. Ook dividenduitkeringen zijn geen aftrekbare kosten maar een winstbestemming. Boetes en kosten van strafrechtelijke veroordelingen zijn evenmin aftrekbaar.
Gemengde kosten, dat zijn kosten die deels zakelijk en deels prive zijn, mogen slechts voor het zakelijke deel worden afgetrokken. Denk aan een auto die zowel zakelijk als prive wordt gebruikt, of een telefoonabonnement dat ook voor privedoeleinden dient. De verdeling moet op een redelijke wijze worden onderbouwd.
Investeringen in bedrijfsmiddelen worden niet direct ten laste van de winst gebracht maar geactiveerd en afgeschreven over de gebruiksduur. De afschrijvingstermijn en -methode moeten aansluiten bij goed koopmansgebruik. Goodwill wordt bijvoorbeeld afgeschreven over minimaal tien jaar.
Verliesverrekening: carry forward en carry back
Als je BV in een jaar verlies lijdt, kun je dit verlies verrekenen met winsten uit andere jaren. De carry back (achterwaartse verliesverrekening) stelt je in staat om het verlies te verrekenen met de winst van het direct voorafgaande jaar. Je ontvangt dan een teruggave van eerder betaalde vpb.
De carry forward (voorwaartse verliesverrekening) is in beginsel onbeperkt in de tijd. Dit betekent dat je een verlies uit 2026 kunt verrekenen met winsten in 2027, 2028 en elk volgend jaar, zonder tijdslimiet. Dit is een verbetering ten opzichte van de eerdere regeling die een termijn van zes jaar kende.
Er geldt echter een kwantitatieve beperking. Verliezen kunnen slechts worden verrekend tot €1.000.000 plus 50% van de belastbare winst boven €1.000.000. Dit betekent dat een bedrijf met een winst van €5.000.000 maximaal €1.000.000 + 50% x €4.000.000 = €3.000.000 aan verliezen kan verrekenen.
Bij een belangenwijziging van meer dan 30% in het aandelenkapitaal kan de verliesverrekening beperkt worden. Dit is de zogenaamde handel in verlies-BV's bepaling (artikel 20a Wet vpb). Het doel is om te voorkomen dat BV's met grote verliezen worden opgekocht puur om de verliezen fiscaal te benutten.
De innovatiebox: 9% vpb op innovatiewinst
De innovatiebox biedt een verlaagd vpb-tarief van 9% over winsten die voortkomen uit zelf ontwikkelde innovatieve activiteiten. Het reguliere tarief is 19% of 25,8%, dus het voordeel kan aanzienlijk zijn. De innovatiebox is bedoeld om Nederland aantrekkelijk te maken voor kennisintensieve bedrijven.
Om de innovatiebox toe te passen, moet je beschikken over een kwalificerend immaterieel activum en een S&O-beschikking (WBSO). Voor MKB-bedrijven is een WBSO-beschikking voldoende. Grotere bedrijven hebben daarnaast een patent, kwekersrecht of een exclusieve licentie op software nodig.
De winst die toerekenbaar is aan het immaterieel activum wordt tegen 9% belast in plaats van het reguliere tarief. De toerekening kan op verschillende manieren plaatsvinden, waarvan de afpelmethode het meest wordt gebruikt. Hierbij worden de routinewinsten en marketingwinsten eerst afgesplitst van de totale winst.
De innovatiebox moet worden geclaimd in de vpb-aangifte. Het is verstandig om vooraf een ruling aan te vragen bij de Belastingdienst over de toepassing en de winsttoerekening. Dit geeft zekerheid over de fiscale behandeling en voorkomt discussie achteraf.
Deelnemingsvrijstelling
De deelnemingsvrijstelling is een van de belangrijkste faciliteiten in de vpb. Als je BV een belang van minimaal 5% houdt in een andere vennootschap, zijn de dividenden en vermogenswinsten uit dat belang vrijgesteld van vpb. Dit voorkomt dubbele heffing binnen een concern.
De deelnemingsvrijstelling geldt automatisch bij een belang van 5% of meer, mits het niet gaat om een beleggingsdeelneming. Een beleggingsdeelneming is een deelneming die wordt aangehouden als belegging en niet als strategisch belang. Voor beleggingsdeelnemingen geldt de deelnemingsvrijstelling niet.
In een holdingstructuur is de deelnemingsvrijstelling van groot belang. De winst van de werkmaatschappij kan als dividend worden uitgekeerd aan de holding zonder dat hierover vpb verschuldigd is. De holding kan het dividend vervolgens herinvesteren in een andere activiteit of uitkeren aan de aandeelhouder.
De deelnemingsvrijstelling geldt ook voor buitenlandse deelnemingen, mits voldaan is aan de zogenaamde onderwerpeis of de bezittingstoets. Dit maakt Nederland een aantrekkelijke vestigingsplaats voor internationale holdings. De precieze voorwaarden zijn geregeld in artikel 13 van de Wet vpb.
Fiscale eenheid vpb
Een fiscale eenheid voor de vpb houdt in dat een moedermaatschappij en een of meer dochtermaatschappijen worden behandeld alsof zij een belastingplichtige zijn. De winsten en verliezen van alle vennootschappen in de fiscale eenheid worden samengevoegd, waardoor interne verliezen direct verrekend kunnen worden met interne winsten.
Om een fiscale eenheid te vormen, moet de moedermaatschappij minimaal 95% van de aandelen in de dochter houden. Beide vennootschappen moeten in Nederland zijn gevestigd en hetzelfde boekjaar hanteren. De fiscale eenheid wordt op verzoek gevormd en moet worden goedgekeurd door de Belastingdienst.
Een belangrijk voordeel van de fiscale eenheid is de mogelijkheid tot horizontale verliesverrekening. Als de ene dochter winst maakt en de andere verlies, worden deze in de fiscale eenheid direct gesaldeerd. Zonder fiscale eenheid zou elk lichaam apart belasting betalen of verliezen moeten vooruitwentelen.
Let op dat je met een fiscale eenheid slechts eenmaal gebruik kunt maken van de eerste tariefschijf van 19% tot €200.000. Zonder fiscale eenheid zou elke BV apart recht hebben op deze schijf. De keuze voor een fiscale eenheid moet daarom zorgvuldig worden afgewogen.
Gebruikelijk loon DGA in 2026
Als directeur-grootaandeelhouder (DGA) ben je verplicht om jezelf een gebruikelijk loon toe te kennen. In 2026 bedraagt het wettelijk minimum €56.000 per jaar. Dit loon wordt belast in box 1 van de inkomstenbelasting en is een aftrekbare kostenpost voor de BV.
Het gebruikelijk loon moet worden vastgesteld op basis van het hoogste van drie bedragen: het wettelijk minimum (€56.000), 100% van het loon van de meest vergelijkbare dienstbetrekking, of het loon van de meestverdienende werknemer in de BV. Als een van deze bedragen hoger is dan €56.000, geldt het hogere bedrag.
Je mag afwijken van het gebruikelijk loon als je kunt aantonen dat een lager loon zakelijk gerechtvaardigd is. Dit is bijvoorbeeld het geval als de BV structureel verlies lijdt of als de omzet en winst een hoger loon niet rechtvaardigen. De bewijslast ligt bij de DGA.
Het gebruikelijk loon is een belangrijk aandachtspunt bij de vpb-planning. Een hoger loon betekent hogere loonkosten voor de BV (lagere vpb), maar ook meer inkomstenbelasting voor de DGA. Een lager loon leidt tot meer winst in de BV en potentieel meer dividend (box 2). De optimale balans hangt af van de specifieke situatie.
Transfer pricing: verrekenprijzen binnen concern
Transfer pricing, of verrekenprijzen, betreft de prijzen die gelieerde partijen onderling hanteren voor onderlinge transacties. Volgens het arm's length-beginsel moeten deze prijzen overeenkomen met wat onafhankelijke partijen in vergelijkbare omstandigheden zouden afspreken. Dit is vastgelegd in artikel 8b van de Wet vpb.
Transfer pricing is relevant voor BV's met gelieerde vennootschappen, zowel binnenlands als internationaal. Als een holding een managementfee in rekening brengt aan de werkmaatschappij, moet deze fee zakelijk zijn. Een te hoge of te lage fee kan leiden tot winstcorrecties door de Belastingdienst.
Bij internationale structuren is transfer pricing extra belangrijk omdat het invloed heeft op in welk land de winst wordt belast. De Nederlandse Belastingdienst heeft uitgebreide documentatieverplichtingen ingevoerd voor bedrijven met een geconsolideerde omzet boven €50 miljoen (landenrapport) of groepsomzet boven €750 miljoen (Country-by-Country Report).
Ook voor kleinere bedrijven geldt het arm's length-beginsel. Als je een BV-structuur hebt met meerdere vennootschappen, zorg er dan voor dat onderlinge transacties worden gedocumenteerd en dat de prijzen marktconform zijn. Dit voorkomt verrassingen bij een boekenonderzoek door de Belastingdienst.
Praktische tips om de vpb te verlagen
Investeer slim en maak gebruik van investeringsaftrekken. De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) geldt ook voor BV's en biedt een extra aftrekpost bij investeringen in bedrijfsmiddelen. Daarnaast zijn de energie-investeringsaftrek (EIA) en milieu-investeringsaftrek (MIA) beschikbaar voor specifieke investeringen.
Maak gebruik van de innovatiebox als je BV innovatieve activiteiten ontplooit. Met een WBSO-beschikking kun je als MKB-bedrijf direct profiteren van het verlaagde tarief van 9%. Bij een innovatiewinst van €100.000 bespaar je hiermee €10.000 tot €16.800 aan vpb ten opzichte van het reguliere tarief.
Overweeg de vorming van een fiscale eenheid als je meerdere BV's hebt waarvan sommige winstgevend en andere verlieslatend zijn. De horizontale verliesverrekening kan je direct belastingvoordeel opleveren. Weeg dit voordeel af tegen het verlies van de extra eerste tariefschijf.
Plan je investeringen en kosten strategisch. Als je verwacht dat je winst in het huidige jaar lager uitvalt dan volgend jaar, kan het voordelig zijn om kosten naar voren te halen of investeringen uit te stellen. Andersom geldt hetzelfde: bij een hoge winst dit jaar kun je overwegen om investeringen te vervroegen.
Tip
Laat jaarlijks een fiscale scan uitvoeren door een belastingadviseur. Veel BV's laten onbenut fiscaal voordeel liggen doordat ze niet alle beschikbare faciliteiten toepassen.
Vpb en internationale aspecten
Nederlandse BV's die internationaal actief zijn, krijgen te maken met internationale belastingregels. Nederland heeft een uitgebreid netwerk van belastingverdragen die dubbele belasting voorkomen. De verdragen bepalen welk land heffingsrecht heeft over welk type inkomen.
De Controlled Foreign Companies (CFC) regels verplichten Nederlandse bedrijven om winsten van bepaalde buitenlandse dochters in de Nederlandse grondslag te betrekken. Dit geldt als de dochter is gevestigd in een laagbelastende jurisdictie en de winst hoofdzakelijk bestaat uit passief inkomen.
De Pillar Two regels, ook bekend als de Global Minimum Tax, zijn in 2024 ingevoerd voor grote multinationals met een geconsolideerde omzet van minimaal €750 miljoen. Deze regels garanderen een minimumbelastingtarief van 15% wereldwijd. Voor het MKB zijn deze regels vooralsnog niet direct relevant.
Bronbelasting op rente en royalty's is een aandachtspunt bij internationale structuren. Nederland heft sinds 2021 een bronbelasting op rente en royalty's die worden betaald aan gelieerde partijen in laagbelastende jurisdicties. Het tarief bedraagt 25,8% en is gelijk aan het hoogste vpb-tarief.
Samenvatting
De vennootschapsbelasting bedraagt in 2026 19% over de eerste €200.000 winst en 25,8% daarboven. De aangifte moet binnen vijf maanden na het boekjaar worden ingediend, met uitstel tot elf maanden. Verliezen zijn onbeperkt voorwaarts verrekenbaar, met een maximum van €1 mln plus 50% van het meerdere. De innovatiebox biedt een verlaagd tarief van 9%. Het gebruikelijk loon DGA bedraagt minimaal €56.000 in 2026.
Vpb-aangifte voorbereiden?
JustRunBiz maakt je financiele administratie inzichtelijk en helpt je bij het voorbereiden van je vpb-aangifte. Alle cijfers overzichtelijk bij de hand. Start gratis.
Gratis proberen