Wet & regelgeving14 min

Pensioenwet (Wtp): verplichtingen voor werkgevers

De Wet toekomst pensioenen (Wtp) is de grootste pensioenhervorming in decennia. De transitie naar het nieuwe pensioenstelsel loopt tot 1 januari 2028. Als werkgever heb je belangrijke verplichtingen, of je nu bent aangesloten bij een bedrijfstakpensioenfonds of een eigen pensioenregeling hebt. Dit artikel geeft een compleet overzicht van de Wtp, de verplichtingen voor werkgevers, de premieregeling als nieuwe standaard en de overgangsafspraken.

Wat is de Wet toekomst pensioenen (Wtp)?

De Wet toekomst pensioenen (Wtp) is op 1 juli 2023 in werking getreden en hervormt het volledige Nederlandse pensioenstelsel. De wet vervangt het huidige systeem van toegezegde pensioenaanspraken door een systeem van premieregelingen. De transitieperiode loopt tot 1 januari 2028.

Het doel van de Wtp is om het pensioenstelsel persoonlijker, transparanter en beter bestand te maken tegen economische schommelingen. In het oude stelsel bouwden werknemers een aanspraak op een bepaald pensioenbedrag op. In het nieuwe stelsel wordt een vaste premie ingelegd die wordt belegd in een persoonlijk pensioenvermogen.

De Wtp raakt alle werkgevers in Nederland die werknemers in dienst hebben. Of je nu bent aangesloten bij een bedrijfstakpensioenfonds, een ondernemingspensioenfonds hebt of een pensioenregeling via een verzekeraar, de wet heeft gevolgen voor jouw pensioenregeling en je verplichtingen als werkgever.

De transitie naar het nieuwe stelsel is een omvangrijk proces dat samenwerking vereist tussen werkgevers, werknemers, pensioenuitvoerders en sociale partners. Als werkgever moet je actief betrokken zijn bij dit proces en tijdig de nodige stappen zetten.

De premieregeling als nieuwe standaard

Onder de Wtp wordt de premieregeling de standaard voor alle pensioenopbouw. Dit betekent dat er een vaste premie wordt ingelegd, uitgedrukt als een percentage van de pensioengrondslag. De pensioengrondslag is het salaris minus de franchise (het deel dat al door de AOW wordt gedekt).

Er zijn twee typen premieregelingen onder de Wtp: de solidaire premieregeling en de flexibele premieregeling. Bij de solidaire regeling wordt de premie collectief belegd en zijn er solidariteitselementen ingebouwd. Bij de flexibele regeling heeft de deelnemer meer individuele keuzemogelijkheden.

De maximale premie is vastgesteld op 30% van de pensioengrondslag, exclusief kosten en risicopremies. In de praktijk ligt de gemiddelde werkgeverspremie tussen de 20% en 25% van de pensioengrondslag. De exacte premie hangt af van de afspraken in de cao of de pensioenovereenkomst.

De premie is voor alle leeftijdsgroepen gelijk. Dit is een belangrijk verschil met het oude stelsel, waarin de premie sterk opliep met de leeftijd. De vlakke premie maakt het voor werkgevers goedkoper om oudere werknemers in dienst te nemen en voorkomt leeftijdsdiscriminatie in de premiestructuur.

Verplichte pensioenregelingen: bedrijfstakpensioenfonds

In veel sectoren is aansluiting bij een bedrijfstakpensioenfonds (BPF) verplicht gesteld. Dit wordt bepaald door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op verzoek van de sociale partners in de sector. Werkgevers in deze sectoren zijn verplicht om hun werknemers aan te melden bij het BPF en de premies af te dragen.

Bekende bedrijfstakpensioenfondsen zijn ABP (overheid en onderwijs), PFZW (zorg en welzijn), PMT (metaal en techniek), PME (metaalelektro), BPF Bouw en Pensioenfonds Horeca en Catering. Elk fonds kent eigen premiepercentages, toetredingsvoorwaarden en aanvullende regelingen.

Het niet aansluiten bij een verplicht BPF is een ernstige overtreding. Het pensioenfonds kan met terugwerkende kracht premies vorderen, inclusief rente en incassokosten. Daarnaast kan de Belastingdienst sancties opleggen en worden de pensioenrechten van de werknemers geschaad.

Als werkgever moet je zelf controleren of je onder de werkingssfeer van een verplicht BPF valt. Dit hangt af van de aard van de bedrijfsactiviteiten, niet van het KVK-registratienummer of de sectorcode. Bij twijfel is het raadzaam om het betreffende pensioenfonds te raadplegen.

Tip

Controleer via de website van de Pensioenfederatie of je bedrijf onder de werkingssfeer van een verplicht bedrijfstakpensioenfonds valt. Bij niet-aansluiting riskeer je forse naheffingen.

Cao-verplichtingen en pensioen

Naast de verplichte BPF-aansluiting kan ook de cao een pensioenregeling voorschrijven. Als de cao van toepassing is, moet de werkgever de daarin opgenomen pensioenregeling uitvoeren. Dit kan een aansluiting bij een BPF zijn, maar ook een regeling bij een verzekeraar of premiepensioeninstelling.

Bij een algemeen verbindend verklaarde cao geldt de pensioenregeling voor alle werkgevers in de sector, ook als zij geen lid zijn van de werkgeversorganisatie die de cao heeft afgesloten. De werkgever is dan verplicht om de pensioenregeling na te leven, inclusief de premieafdracht.

In sommige cao's zijn aanvullende afspraken gemaakt over de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel onder de Wtp. Deze afspraken kunnen betrekking hebben op het premieniveau, de compensatie voor bestaande deelnemers en de keuze tussen de solidaire en flexibele premieregeling.

Werkgevers die niet onder een cao of verplicht BPF vallen, zijn vrij om wel of geen pensioenregeling aan te bieden. In de praktijk bieden de meeste werkgevers een pensioenregeling aan om concurrerend te zijn op de arbeidsmarkt. De Wtp is ook op deze vrijwillige regelingen van toepassing.

De transitieperiode tot 1 januari 2028

De transitie naar het nieuwe pensioenstelsel moet uiterlijk op 1 januari 2028 zijn afgerond. Alle pensioenregelingen moeten dan voldoen aan de Wtp. De transitie omvat het omzetten van bestaande aanspraken, het vaststellen van de nieuwe premieregeling en het treffen van compensatiemaatregelen.

Bedrijfstakpensioenfondsen en sociale partners zijn verantwoordelijk voor het opstellen van een transitieplan. Dit plan beschrijft hoe de overgang van het oude naar het nieuwe stelsel wordt vormgegeven. Werkgevers die zijn aangesloten bij een BPF worden betrokken via de governance van het fonds en de cao-onderhandelingen.

Werkgevers met een eigen pensioenregeling bij een verzekeraar moeten zelf het initiatief nemen voor de transitie. Zij moeten in overleg met de pensioenuitvoerder en eventueel de ondernemingsraad de nieuwe regeling vormgeven. De OR heeft instemmingsrecht bij wijziging van de pensioenregeling.

De deadline van 1 januari 2028 is ambitieus en het is belangrijk om tijdig te beginnen met de voorbereidingen. Werkgevers die wachten tot het laatste moment riskeren vertragingen, hogere kosten en ontevreden werknemers. Begin zo snel mogelijk met het in kaart brengen van de gevolgen voor jouw situatie.

Compensatie voor bestaande deelnemers

De overgang naar een vlakke premie kan nadelig zijn voor bepaalde groepen werknemers, met name werknemers tussen de 40 en 55 jaar. In het oude stelsel steeg de pensioenpremie met de leeftijd, waardoor oudere werknemers meer pensioen opbouwden. In het nieuwe stelsel is de premie voor iedereen gelijk.

Om dit nadeel te compenseren, voorziet de Wtp in een adequaat compensatieplan. Werkgevers en pensioenuitvoerders moeten berekenen welke groepen werknemers er op achteruitgaan en hoe zij worden gecompenseerd. De compensatie kan bestaan uit een hogere premie, extra stortingen of andere maatregelen.

De compensatie wordt gefinancierd uit het bestaande pensioenvermogen, uit een opslag op de premie of uit andere middelen van de werkgever. De exacte vormgeving hangt af van de afspraken in het transitieplan. Voor werkgevers met een eigen regeling kan de compensatie een aanzienlijke extra kostenpost zijn.

Het is belangrijk om de compensatie eerlijk en transparant te berekenen. De pensioenuitvoerder moet aan elke deelnemer inzichtelijk maken wat de gevolgen zijn van de transitie en welke compensatie er wordt geboden. Werknemers moeten kunnen zien wat er verandert en waarom.

Nabestaandenpensioen onder de Wtp

De Wtp brengt ook wijzigingen aan in het nabestaandenpensioen. Het nabestaandenpensioen wordt vereenvoudigd en gestandaardiseerd. Het partnerpensioen bij overlijden voor de pensioendatum wordt voortaan op risicobasis verzekerd, niet meer op opbouwbasis.

Het partnerpensioen bij overlijden voor de pensioendatum bedraagt maximaal 50% van het salaris (inclusief franchise). Dit is een vast percentage dat niet meer afhangt van de diensttijd. Dit is een verbetering voor werknemers die kort in dienst zijn, omdat zij onder het oude stelsel weinig partnerpensioen hadden opgebouwd.

Het wezenpensioen is onder de Wtp gestandaardiseerd op maximaal 20% van het salaris. Wezen ontvangen het wezenpensioen tot 25 jaar. De dekking loopt automatisch mee zolang de werknemer deelneemt aan de pensioenregeling.

Werkgevers moeten hun werknemers informeren over de wijzigingen in het nabestaandenpensioen. Vooral de overstap van opbouw naar risicobasis kan grote gevolgen hebben voor werknemers die lang in dienst zijn. Zij hebben mogelijk onder het oude stelsel meer nabestaandenpensioen opgebouwd dan onder de nieuwe regeling wordt geboden.

Pensioen voor zzp'ers en de opt-in mogelijkheid

Onder het huidige stelsel bouwen veel zelfstandigen zonder personeel (zzp'ers) geen pensioen op. De Wtp introduceert een vrijwillige aansluiting bij een bedrijfstakpensioenfonds voor zelfstandigen in de betreffende sector. Dit wordt de opt-in mogelijkheid genoemd.

De opt-in geeft zzp'ers de mogelijkheid om onder dezelfde voorwaarden als werknemers pensioen op te bouwen. Zij betalen dan zelf de volledige premie (werkgevers- en werknemersdeel). De premie is fiscaal aftrekbaar. Het BPF mag de opt-in niet weigeren als de zzp'er aan de voorwaarden voldoet.

Voor werkgevers is de opt-in relevant als zij met zzp'ers werken in een sector met een verplicht BPF. Als de zzp'er zich aansluit bij het BPF, hoeft de opdrachtgever geen premie af te dragen. De zzp'er betaalt de premie volledig zelf. Dit kan wel invloed hebben op de tariefonderhandeling.

De discussie over een verplicht pensioen voor zzp'ers is nog niet afgerond. Voorlopig blijft het bij een vrijwillige opt-in. Werkgevers en opdrachtgevers moeten zzp'ers wel informeren over de mogelijkheid om zich vrijwillig aan te sluiten bij een BPF.

Premieberekening en pensioengrondslag

De pensioenpremie wordt berekend over de pensioengrondslag. De pensioengrondslag is het bruto jaarsalaris minus de franchise. De franchise is het deel van het inkomen waarover geen pensioen wordt opgebouwd, omdat dit al wordt gedekt door de AOW. In 2026 bedraagt de franchise voor een fulltime dienstverband circa €17.545.

Het salaris voor de pensioenberekening omvat doorgaans het bruto jaarsalaris inclusief vakantietoeslag en eventueel een dertiende maand. De exacte definitie van het pensioengevend salaris verschilt per pensioenregeling. Controleer de pensioenovereenkomst of het pensioenreglement voor de toepasselijke definitie.

Er geldt een fiscaal maximaal salaris waarover pensioen mag worden opgebouwd. In 2026 bedraagt dit circa €137.800 bruto per jaar. Over het salaris boven dit maximum mag geen fiscaal gefacilieerde pensioenopbouw plaatsvinden. Werkgevers kunnen wel een netto pensioenregeling aanbieden voor het salaris boven het maximum.

De werkgeverspremie is een significant onderdeel van de totale loonkosten. Bij een premie van 20% tot 25% van de pensioengrondslag kan de pensioenpremie voor een werknemer met een modaal salaris al snel €5.000 tot €7.000 per jaar bedragen. Werkgevers moeten deze kosten meenemen in hun totale personeelsbegroting.

Boetes en sancties bij niet-naleving

Het niet aansluiten bij een verplicht bedrijfstakpensioenfonds kan leiden tot forse financiele consequenties. Het pensioenfonds kan met terugwerkende kracht premies vorderen over een periode van maximaal vijf jaar (soms langer). Hierbij komen rente en incassokosten die het totaalbedrag aanzienlijk kunnen verhogen.

De Belastingdienst kan sancties opleggen als de pensioenregeling niet voldoet aan de fiscale eisen. Dit kan leiden tot het intrekken van de fiscale facilitering, waardoor de pensioenpremie niet meer aftrekbaar is. In het ergste geval wordt het hele pensioenvermogen in een keer belast.

De Autoriteit Financiele Markten (AFM) en De Nederlandsche Bank (DNB) houden toezicht op pensioenuitvoerders. Werkgevers die hun verplichtingen niet nakomen, kunnen indirect worden geraakt door sancties die aan de pensioenuitvoerder worden opgelegd, bijvoorbeeld in de vorm van hogere premies of beperktere regelingen.

Daarnaast kunnen werknemers een civielrechtelijke claim indienen als zij pensioenschade lijden door nalatigheid van de werkgever. Dit kan bijvoorbeeld als de werkgever heeft verzuimd om de werknemer aan te melden bij het pensioenfonds of als de werkgever de premies niet heeft afgedragen.

De rol van de ondernemingsraad bij pensioen

De ondernemingsraad (OR) heeft instemmingsrecht bij het vaststellen, wijzigen of intrekken van de pensioenregeling (artikel 27 WOR). Dit geldt zowel voor de huidige regeling als voor de transitie naar de Wtp. De werkgever moet de OR tijdig en volledig informeren over de voorgenomen wijzigingen.

Bij bedrijfstakpensioenfondsen is de rol van de OR beperkter, omdat de regeling wordt vastgesteld door de sociale partners via de cao. De OR heeft dan wel een rol bij de uitvoering van de regeling en bij eventuele aanvullende afspraken op bedrijfsniveau.

De OR kan zich laten bijstaan door een pensioendeskundige op kosten van de werkgever. Gezien de complexiteit van de Wtp-transitie is dit sterk aan te raden. Een deskundige kan de OR helpen om de gevolgen van de transitie te beoordelen en een geinformeerd instemmingsbesluit te nemen.

Als de OR niet instemt met de wijziging van de pensioenregeling, kan de werkgever vervangende toestemming vragen aan de kantonrechter. De rechter toetst dan of het besluit van de OR onredelijk is of dat de werkgever een zwaarwegend belang heeft. In de praktijk is het verstandig om vroegtijdig met de OR in gesprek te gaan.

Praktische stappen voor werkgevers

Begin met het inventariseren van je huidige pensioensituatie. Bij welk fonds of welke verzekeraar ben je aangesloten? Wat is het huidige premieniveau? Welke cao is van toepassing? Hoeveel werknemers worden geraakt door de transitie? Dit vormt de basis voor alle vervolgstappen.

Neem contact op met je pensioenuitvoerder om te bespreken hoe de transitie wordt vormgegeven. Bij een BPF zal het fonds de regie voeren en jou informeren over het tijdpad. Bij een verzekeraar moet je zelf meer initiatief nemen en mogelijk een pensioenadviseur inschakelen.

Informeer je werknemers over de aanstaande wijzigingen. Transparante communicatie voorkomt onrust en weerstand. Leg uit wat er verandert, waarom het verandert en wat de gevolgen zijn voor hun individuele pensioensituatie. De pensioenuitvoerder kan hierbij ondersteuning bieden.

Houd rekening met de financiele gevolgen. De compensatie voor bestaande deelnemers, de eventuele premieverhoging en de kosten van het transitieproces moeten worden meegenomen in de begroting. Start tijdig met de financiele planning om onaangename verrassingen te voorkomen.

Tip

Neem uiterlijk begin 2027 contact op met je pensioenuitvoerder als je dat nog niet hebt gedaan. De deadline van 1 januari 2028 nadert snel en de transitie vergt tijd en afstemming.

Samenvatting

De Wet toekomst pensioenen (Wtp) hervormt het Nederlandse pensioenstelsel fundamenteel. De premieregeling wordt de standaard en de transitie moet uiterlijk 1 januari 2028 zijn afgerond. Werkgevers die zijn aangesloten bij een verplicht bedrijfstakpensioenfonds worden betrokken via de cao-onderhandelingen. Werkgevers met een eigen regeling moeten zelf het initiatief nemen. Compensatie voor bestaande deelnemers is verplicht. De gemiddelde werkgeverspremie bedraagt 20% tot 25% van de pensioengrondslag.

Pensioenadministratie bijhouden met JustRunBiz

JustRunBiz helpt je om je pensioenverplichtingen bij te houden. Van premieberekeningen tot werknemersinformatie, alles overzichtelijk in een systeem. Bereid je tijdig voor op de Wtp-transitie. Start je gratis proefperiode.

Gratis proberen