CSRD: verplichte duurzaamheidsrapportage uitgelegd
De Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) is de Europese richtlijn die bedrijven verplicht om uitgebreid te rapporteren over duurzaamheid. Wat begon als een verplichting voor grote beursgenoteerde ondernemingen, wordt stapsgewijs uitgebreid tot een breed scala aan bedrijven. Ook MKB-bedrijven voelen de impact, met name als toeleverancier van grotere ondernemingen. In dit artikel leggen we uit wat de CSRD inhoudt, voor wie de regels gelden en hoe je je kunt voorbereiden.
Wat is de CSRD?
De Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) is een Europese richtlijn die bedrijven verplicht om in hun jaarverslag uitgebreid te rapporteren over milieu, sociale impact en governance (ESG). De richtlijn vervangt de eerdere Non-Financial Reporting Directive (NFRD) en is aanzienlijk ambitieuzer in scope en detailniveau.
Het doel van de CSRD is om de transparantie over duurzaamheid te vergroten en vergelijkbare, betrouwbare duurzaamheidsinformatie beschikbaar te maken voor investeerders, klanten, werknemers en andere stakeholders. Door gestandaardiseerde rapportage wordt het makkelijker om bedrijven onderling te vergelijken op duurzaamheidsprestaties.
De CSRD is op 5 januari 2023 in werking getreden op EU-niveau. Lidstaten moesten de richtlijn uiterlijk op 6 juli 2024 omzetten in nationale wetgeving. In Nederland is de implementatie iets later dan gepland gerealiseerd, maar de rapportageverplichtingen gelden conform de Europese tijdlijn.
De richtlijn maakt deel uit van het bredere European Green Deal-pakket van de Europese Commissie. Samen met de EU-taxonomie, de CSDDD (zorgplichtrichtlijn) en het Europees Emissiehandelssysteem (ETS) vormt de CSRD een pijler van het Europese duurzaamheidsbeleid.
Tijdlijn: wie moet wanneer rapporteren?
De CSRD wordt gefaseerd ingevoerd. In 2025 rapporteren de eerste bedrijven over boekjaar 2024. Dit zijn grote beursgenoteerde ondernemingen met meer dan 500 werknemers die al onder de NFRD vielen. Het gaat in Nederland om circa 100 bedrijven, waaronder AEX- en AMX-genoteerde ondernemingen.
In 2026 rapporteren grote niet-beursgenoteerde ondernemingen over boekjaar 2025. Een onderneming is "groot" als zij voldoet aan minimaal twee van de drie criteria: meer dan 250 werknemers, meer dan €50 miljoen omzet, of meer dan €25 miljoen balanstotaal. Dit brengt naar schatting 2.000 tot 3.000 Nederlandse bedrijven onder de verplichting.
In 2027 moeten beursgenoteerde MKB-bedrijven rapporteren over boekjaar 2026. Voor deze groep geldt een vereenvoudigd rapportagestandaard (ESRS LSME). Beursgenoteerde MKB-bedrijven kunnen gebruikmaken van een overgangsperiode en pas in 2028 starten met rapportage over boekjaar 2027.
Vanaf 2029 moeten ook niet-EU bedrijven rapporteren over boekjaar 2028, mits zij een netto-omzet van meer dan €150 miljoen in de EU genereren en een dochteronderneming of bijkantoor in de EU hebben. Voor deze groep gelden specifieke standaarden die nog in ontwikkeling zijn.
Tip
Check of jouw bedrijf aan de criteria voldoet en bereid je minimaal een jaar van tevoren voor op de rapportageverplichting. Data verzamelen kost meer tijd dan je verwacht.
ESRS: de rapportagestandaarden
De European Sustainability Reporting Standards (ESRS) zijn de gestandaardiseerde rapportagenormen die voorschrijven waarover en hoe bedrijven moeten rapporteren. De ESRS zijn ontwikkeld door EFRAG (European Financial Reporting Advisory Group) en vastgesteld door de Europese Commissie via gedelegeerde handelingen.
De ESRS bestaan uit twee overkoepelende standaarden (ESRS 1 en ESRS 2) en tien thematische standaarden. De thematische standaarden zijn verdeeld over drie pijlers: milieu (E1 t/m E5), sociaal (S1 t/m S4) en governance (G1). ESRS 2 bevat verplichte basisinformatie die elk bedrijf moet rapporteren.
De milieustandaarden dekken klimaatverandering (E1), vervuiling (E2), water en mariene hulpbronnen (E3), biodiversiteit en ecosystemen (E4) en circulaire economie (E5). De sociale standaarden betreffen eigen personeel (S1), ketenwerkers (S2), getroffen gemeenschappen (S3) en consumenten en eindgebruikers (S4).
Niet alle thematische standaarden zijn voor elk bedrijf verplicht. Via een materialiteitsanalyse bepaalt het bedrijf welke duurzaamheidsthema's materieel zijn voor de eigen organisatie. Alleen over materiele thema's hoeft in detail te worden gerapporteerd. ESRS 2 (algemene toelichtingen) is altijd verplicht.
Double materiality: dubbele materialiteit
Een kernbegrip van de CSRD is double materiality, oftewel dubbele materialiteit. Dit principe houdt in dat een bedrijf duurzaamheidsthema's vanuit twee perspectieven moet beoordelen: impact materiality (de impact van het bedrijf op mens en milieu) en financial materiality (de financiele impact van duurzaamheidsthema's op het bedrijf).
Impact materiality kijkt naar de werkelijke of potentiele positieve en negatieve effecten van de bedrijfsactiviteiten op mens en milieu. Denk aan CO2-uitstoot, watervervuiling, arbeidsomstandigheden in de keten en impact op lokale gemeenschappen. Het gaat erom welke effecten het bedrijf heeft op de buitenwereld.
Financial materiality kijkt naar de risico's en kansen die duurzaamheidsthema's opleveren voor de financiele positie van het bedrijf. Denk aan klimaatrisico's (overstromingen, droogte), reputatierisico's (greenwashing-beschuldigingen), reguleringsrisico's (strengere wetgeving) en transitierisico's (verschuiving naar duurzame economie).
Een duurzaamheidsthema is materieel als het vanuit ten minste een van beide perspectieven significant is. De materialiteitsanalyse is een essentieel onderdeel van de CSRD-rapportage en moet worden gedocumenteerd en onderbouwd. Stakeholderdialoog speelt hierbij een belangrijke rol.
Scope 1, 2 en 3 emissies
Een belangrijk onderdeel van de CSRD-rapportage is de rapportage over broeikasgasemissies, onderverdeeld in drie scopes. Scope 1 betreft directe emissies uit eigen bronnen, zoals gasverbranding in verwarmingsketels, brandstofverbruik van eigen voertuigen en emissies uit productieprocessen.
Scope 2 betreft indirecte emissies uit ingekochte energie, met name elektriciteit en warmte. Als je bedrijf stroom afneemt van het net, zijn de emissies die bij de opwekking van die stroom vrijkomen je scope 2-emissies. Door over te stappen op groene stroom kun je je scope 2-emissies verlagen.
Scope 3 is de meest uitgebreide en complexe categorie. Het omvat alle overige indirecte emissies in de waardeketen, zowel upstream (leveranciers, grondstoffen, transport naar het bedrijf) als downstream (gebruik van producten door klanten, transport naar klanten, afvalverwerking). Scope 3 vormt voor de meeste bedrijven het grootste deel van de totale voetafdruk.
De CSRD verplicht bedrijven om over alle drie de scopes te rapporteren. Met name scope 3 is uitdagend omdat je afhankelijk bent van data van leveranciers en klanten. De ESRS schrijven voor dat bedrijven minimaal de meest materiele scope 3-categorieen moeten rapporteren en mogen gebruikmaken van schattingen waar exacte data ontbreekt.
Assurance: verplichte controle
Een belangrijke vernieuwing ten opzichte van de NFRD is dat de CSRD assurance (onafhankelijke controle) verplicht stelt op de duurzaamheidsrapportage. Dit betekent dat een accountant of andere assurance-verlener de gerapporteerde duurzaamheidsinformatie moet controleren en daar een oordeel over moet geven.
Aanvankelijk is limited assurance vereist, wat een minder diepgaande controle betreft dan de reasonable assurance die geldt voor financiele verslaggeving. De Europese Commissie overweegt om op termijn over te stappen op reasonable assurance, maar een exacte datum is nog niet vastgesteld.
De assurance moet worden uitgevoerd door een wettelijke auditor of auditkantoor dat over de juiste kwalificaties beschikt. In de praktijk zullen de grote accountantskantoren (Big Four en middelgrote kantoren) deze diensten aanbieden. De kosten van assurance variieren, maar bedragen voor middelgrote bedrijven al snel €20.000 tot €50.000 per jaar.
De assurance-verplichting onderstreept het belang van betrouwbare data en robuuste interne processen. Bedrijven moeten hun duurzaamheidsdata met dezelfde zorgvuldigheid verzamelen en beheren als hun financiele data. Dit vraagt om investering in systemen, processen en competenties.
Impact op MKB als toeleverancier
Hoewel de meeste MKB-bedrijven niet direct onder de CSRD-rapportageverplichting vallen, voelen zij de impact indirect. Grote bedrijven die wel moeten rapporteren, hebben scope 3-data nodig van hun toeleveranciers. MKB-bedrijven in de keten van grote ondernemingen zullen daarom steeds vaker worden gevraagd om duurzaamheidsdata te leveren.
In de praktijk merken MKB-toeleveranciers dit al. Grote klanten sturen enquetes en vragenlijsten over CO2-uitstoot, energieverbruik, afvalbeleid en sociale arbeidsomstandigheden. Bedrijven die deze informatie niet kunnen leveren, lopen het risico om als leverancier te worden uitgesloten ten gunste van bedrijven die wel transparant zijn.
Het is daarom verstandig om als MKB-bedrijf proactief aan de slag te gaan met duurzaamheidsdata, ook als je formeel niet hoeft te rapporteren. Begin met het in kaart brengen van je energieverbruik, CO2-voetafdruk en afvalstromen. Gebruik tools zoals de CO2-Prestatieladder of de MVO Risico Checker om je positie in kaart te brengen.
EFRAG ontwikkelt een vrijwillige vereenvoudigde standaard voor niet-beursgenoteerde MKB-bedrijven (VSME). Deze standaard biedt een proportioneel kader waarmee MKB-bedrijven op een haalbare manier kunnen rapporteren. De verwachting is dat deze standaard in 2026 beschikbaar komt en breed zal worden geadopteerd.
Tip
Begin nu al met het bijhouden van je energieverbruik en CO2-uitstoot, ook als je nog niet verplicht bent om te rapporteren. Grote klanten zullen deze informatie steeds vaker opvragen.
CSRD versus CSDDD: het verschil
Naast de CSRD is er de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD), ook wel de zorgplichtrichtlijn genoemd. Hoewel beide richtlijnen over duurzaamheid gaan, zijn ze fundamenteel verschillend in aanpak. De CSRD gaat over rapporteren, de CSDDD gaat over handelen.
De CSRD verplicht bedrijven om transparant te zijn over hun duurzaamheidsprestaties. Het is een informatieverplichting: je moet rapporteren over wat je doet, welke impact je hebt en welke doelen je stelt. De CSDDD gaat verder en verplicht bedrijven om daadwerkelijk actie te ondernemen om mensenrechtenschendingen en milieuschade in hun waardeketen te identificeren, voorkomen en beperken.
De CSDDD is in 2024 aangenomen door de EU en treedt gefaseerd in werking vanaf 2027. De richtlijn geldt voor grote bedrijven met meer dan 1.000 werknemers en meer dan €450 miljoen omzet. Bedrijven moeten een due diligence-procedure implementeren, een klachtenmechanisme opzetten en een transitieplan opstellen.
In de praktijk versterken de CSRD en CSDDD elkaar. De data die je verzamelt voor de CSRD-rapportage vormen de basis voor de due diligence onder de CSDDD. Bedrijven die nu al serieus werk maken van hun CSRD-rapportage, zijn beter voorbereid op de CSDDD-verplichtingen die eraan komen.
EU-taxonomie en de link met CSRD
De EU-taxonomie is een classificatiesysteem dat definieert welke economische activiteiten als duurzaam mogen worden beschouwd. De taxonomie is nauw verweven met de CSRD: bedrijven die onder de CSRD vallen, moeten rapporteren welk percentage van hun omzet, kapitaaluitgaven en operationele uitgaven taxonomie-eligible en taxonomie-aligned is.
Een activiteit is taxonomie-eligible als deze voorkomt in de taxonomieverordening. Een activiteit is taxonomie-aligned als deze ook voldoet aan de technische screeningcriteria en de minimale sociale waarborgen. Alleen aligned activiteiten mogen als duurzaam worden gepresenteerd aan investeerders.
De taxonomie dekt zes milieudoelstellingen: klimaatmitigatie, klimaatadaptatie, duurzaam gebruik van water, circulaire economie, preventie van vervuiling en bescherming van biodiversiteit. De technische criteria worden regelmatig bijgewerkt en uitgebreid om meer sectoren en activiteiten te dekken.
Voor MKB-bedrijven is de taxonomie relevant omdat grote klanten en investeerders steeds meer belang hechten aan het percentage duurzame activiteiten. Een MKB-bedrijf dat kan aantonen dat zijn producten of diensten bijdragen aan de milieudoelstellingen, heeft een concurrentievoordeel in de markt.
Voorbereidingsstappen voor je bedrijf
De eerste stap is het bepalen of en wanneer je bedrijf onder de CSRD-rapportageverplichting valt. Check de criteria (werknemers, omzet, balanstotaal) en de tijdlijn. Ook als je niet direct verplicht bent, is het verstandig om je voor te bereiden vanwege de indirecte keteneffecten.
Voer een materialiteitsanalyse uit om te bepalen welke duurzaamheidsthema's voor jouw bedrijf het meest relevant zijn. Betrek hierbij je stakeholders: klanten, werknemers, leveranciers en investeerders. De uitkomst van deze analyse bepaalt waarover je moet rapporteren.
Breng je huidige dataverzameling in kaart. Welke duurzaamheidsdata verzamel je al en welke data ontbreken nog? Investeer in systemen en processen om de ontbrekende data te verzamelen. Denk aan energiemonitoringsystemen, afvalregistratie, uren voor scope 3-berekeningen en HR-data over diversiteit en opleiding.
Stel een intern projectteam samen dat verantwoordelijk is voor de CSRD-implementatie. Dit team moet bestaan uit vertegenwoordigers van finance, sustainability, operations en HR. Overweeg ook om externe expertise in te schakelen, met name voor de materialiteitsanalyse en de eerste rapportage.
- Bepaal of en wanneer je bedrijf rapportageplichtig is
- Voer een dubbele materialiteitsanalyse uit
- Inventariseer je huidige duurzaamheidsdata
- Investeer in datamanagement en monitoringssystemen
- Stel een intern CSRD-projectteam samen
- Bereken je scope 1, 2 en 3 emissies
- Zoek een assurance-verlener en bespreek de eisen
- Volg de ontwikkelingen rond de ESRS en VSME
Kosten en baten van CSRD-compliance
De kosten van CSRD-compliance variieren sterk per bedrijf. Voor middelgrote bedrijven worden de initiiele implementatiekosten geschat op €50.000 tot €200.000, inclusief consultancy, systeemanpassingen en training. De jaarlijkse terugkerende kosten (rapportage, dataverzameling, assurance) bedragen naar schatting €30.000 tot €100.000.
Tegenover deze kosten staan potentiele baten. Bedrijven die transparant rapporteren over duurzaamheid, profiteren van verbeterde toegang tot kapitaal. Investeerders en banken hechten steeds meer waarde aan ESG-prestaties bij hun financieringsbeslissingen. Een goede CSRD-rapportage kan leiden tot lagere financieringskosten.
Daarnaast leidt het verzamelen en analyseren van duurzaamheidsdata vaak tot het identificeren van besparingsmogelijkheden. Bedrijven die hun energieverbruik nauwkeurig monitoren, vinden doorgaans mogelijkheden om kosten te besparen. Ook het verminderen van afval en het optimaliseren van logistiek levert financieel voordeel op.
De CSRD kan ook bijdragen aan een sterker werkgeversmerk. Werknemers, met name jongere generaties, hechten steeds meer waarde aan de duurzaamheidsprestaties van hun werkgever. Een bedrijf dat transparant rapporteert en aantoonbaar investeert in duurzaamheid, heeft een voordeel bij het aantrekken en behouden van talent.
Samenvatting
De CSRD verplicht bedrijven om gestandaardiseerd te rapporteren over duurzaamheid via de ESRS. De tijdlijn loopt van 2025 (grote beursgenoteerde) tot 2029 (niet-EU bedrijven). Het principe van dubbele materialiteit bepaalt welke thema's moeten worden gerapporteerd. MKB-bedrijven voelen de impact indirect als toeleverancier. Begin nu met het verzamelen van duurzaamheidsdata om voorbereid te zijn.
Duurzaamheidsdata bijhouden in JustRunBiz
Met JustRunBiz registreer je energieverbruik, kosten en investeringen overzichtelijk, zodat je altijd grip hebt op je duurzaamheidsprestaties. Probeer het 14 dagen gratis.
Gratis proberen