Ziekteverzuim in de eerste twee jaar: loondoorbetaling, re-integratie en Wet poortwachter
Wanneer een werknemer ziek wordt, heeft de werkgever gedurende de eerste twee jaar een loondoorbetalingsverplichting en re-integratieverplichtingen. De Wet poortwachter schrijft precies voor welke stappen werkgever en werknemer moeten zetten. Niet voldoen aan deze verplichtingen kan leiden tot forse sancties van het UWV, waaronder een loonsanctie van maximaal een jaar extra doorbetaling. In dit artikel bespreken we alle verplichtingen, de stappen van het re-integratieproces, spoor 1 en spoor 2 trajecten, en hoe je als werkgever verzuim kunt voorkomen.
Verplichtingen van de werkgever bij ziekte
Zodra een werknemer zich ziek meldt, treden er voor de werkgever diverse wettelijke verplichtingen in werking. De werkgever moet de ziekmelding binnen vier werkdagen doorgeven aan de arbodienst of bedrijfsarts. Daarnaast moet de werkgever een verzuimdossier bijhouden waarin alle relevante informatie over het ziekteverloop en de re-integratie-inspanningen worden vastgelegd. Dit dossier is cruciaal voor de latere beoordeling door het UWV.
De werkgever heeft een zorgplicht en moet actief meewerken aan de re-integratie van de zieke werknemer. Dit betekent dat de werkgever passend werk moet aanbieden zodra de werknemer (gedeeltelijk) arbeidsgeschikt is. De werkgever mag niet zelf bepalen of een werknemer ziek is — alleen de bedrijfsarts kan een medisch oordeel geven over de arbeidsongeschiktheid en de mogelijkheden tot werkhervatting.
Gedurende de eerste twee jaar van ziekte mag de werkgever de werknemer in principe niet ontslaan. Er geldt een opzegverbod tijdens ziekte, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden zoals bedrijfseconomische redenen die al vóór de ziekmelding speelden. Na twee jaar ziekte kan de werkgever een ontslagvergunning aanvragen bij het UWV, maar alleen als aan alle re-integratieverplichtingen is voldaan.
Het is belangrijk dat werkgevers vanaf dag één een gestructureerde aanpak hanteren. Vroegtijdig ingrijpen vergroot de kans op succesvolle re-integratie aanzienlijk. Onderzoek toont aan dat hoe langer een werknemer verzuimt, hoe kleiner de kans op volledige terugkeer naar het werk. Na zes weken verzuim daalt de kans op herstel al significant.
Loondoorbetaling bij ziekte: 70% en het minimumloon
Op grond van artikel 7:629 BW is de werkgever verplicht om gedurende de eerste twee jaar (104 weken) van ziekte het loon door te betalen. De wettelijke minimumverplichting is 70% van het laatstverdiende loon. In het eerste ziektejaar geldt daarbij een ondergrens: het loon mag niet onder het wettelijk minimumloon komen. In het tweede ziektejaar vervalt deze ondergrens en mag het loon wel onder het minimumloon zakken.
In de praktijk betalen veel werkgevers meer dan het wettelijke minimum, omdat dit vaak in de cao of arbeidsovereenkomst is vastgelegd. Een veelvoorkomende regeling is 100% doorbetaling in het eerste ziektejaar en 70% in het tweede jaar. Sommige cao's schrijven zelfs 90% of 100% voor gedurende beide jaren. Het is daarom essentieel om de toepasselijke cao en de individuele arbeidsovereenkomst te raadplegen.
De werkgever mag onder bepaalde voorwaarden wachtdagen hanteren. Dit zijn de eerste één of twee ziektedagen waarover geen loon hoeft te worden betaald. Veel cao's hebben de wachtdagen echter afgeschaft of beperkt tot één dag. Het maximum aantal wachtdagen is twee per ziekmelding. Als een werknemer binnen vier weken na een eerdere ziekmelding opnieuw ziek wordt, mogen er geen nieuwe wachtdagen worden toegepast.
Naast het basisloon moet de werkgever ook vakantiegeld, pensioenopbouw en andere emolumenten doorbetalen over het ziekteperiode. De precieze berekening hangt af van wat er contractueel is afgesproken. Werkgevers kunnen zich tegen het risico van langdurig verzuim verzekeren via een verzuimverzekering, die doorgaans 70% tot 100% van de loonkosten dekt na een bepaald eigen risico.
De Wet poortwachter: stappen en tijdlijn
De Wet verbetering poortwachter (WVP), ingevoerd in 2002, stelt een strikte tijdlijn vast voor de re-integratie van zieke werknemers. Het doel van deze wet is om langdurig verzuim en instroom in de WIA te beperken. Werkgever en werknemer zijn samen verantwoordelijk voor een actief re-integratieproces. De wet schrijft op verschillende momenten specifieke acties voor.
Binnen één week na de ziekmelding moet de werkgever de arbodienst of bedrijfsarts inschakelen. Binnen zes weken stelt de bedrijfsarts een probleemanalyse op, waarin de beperkingen, mogelijkheden en verwachte herstelduur worden beschreven. Uiterlijk in week acht stellen werkgever en werknemer samen een plan van aanpak op, gebaseerd op de probleemanalyse.
Het plan van aanpak moet regelmatig worden geëvalueerd en bijgesteld. Minimaal elke zes weken voeren werkgever en werknemer een voortgangsgesprek. Na 42 weken ziekte meldt de werkgever de werknemer ziek bij het UWV. In week 52 stelt de werkgever een eerstejaars evaluatie op. Rond week 87 moet de werkgever het re-integratieverslag (RIV) opstellen, dat de basis vormt voor de WIA-aanvraag.
De werknemer moet uiterlijk in week 93 de WIA-aanvraag indienen bij het UWV. Het UWV beoordeelt vervolgens zowel de WIA-aanvraag als het re-integratieverslag. Als het UWV oordeelt dat de re-integratie-inspanningen onvoldoende zijn geweest, kan een loonsanctie worden opgelegd. Het is daarom van groot belang dat alle stappen zorgvuldig worden gedocumenteerd.
Probleemanalyse en plan van aanpak
De probleemanalyse is het fundament van het re-integratieproces. De bedrijfsarts stelt dit document op na een consult met de werknemer, uiterlijk zes weken na de eerste ziektedag. In de probleemanalyse beschrijft de bedrijfsarts de aard en ernst van de beperkingen, de verwachte duur van het verzuim, en de mogelijkheden die de werknemer nog heeft om arbeid te verrichten.
Op basis van de probleemanalyse stellen werkgever en werknemer samen het plan van aanpak op, uiterlijk in week acht. Dit plan beschrijft het einddoel van de re-integratie (volledige werkhervatting of aangepast werk), de tussendoelen, de concrete activiteiten en aanpassingen, en wie verantwoordelijk is voor welke acties. Het plan moet realistisch en haalbaar zijn.
Een goed plan van aanpak is specifiek en meetbaar. Het beschrijft bijvoorbeeld: "Werknemer start per 1 april met twee uur per dag aangepaste werkzaamheden op de eigen afdeling, met opbouw naar vier uur per dag in week 12." Vage afspraken als "werknemer gaat proberen meer te werken" zijn onvoldoende en kunnen bij de UWV-toets leiden tot een negatief oordeel.
Het plan van aanpak is een levend document dat regelmatig moet worden bijgesteld. Bij elke evaluatie (minimaal elke zes weken) beoordelen werkgever en werknemer of de doelen zijn behaald en of het plan moet worden aangepast. Als de situatie wezenlijk verandert — bijvoorbeeld door een medische terugval of door gewijzigde mogelijkheden — moet het plan direct worden bijgesteld.
Spoor 1 en spoor 2: re-integratie binnen en buiten het bedrijf
Re-integratie spoor 1 richt zich op terugkeer van de werknemer bij de eigen werkgever. Dit kan in de eigen functie zijn, eventueel met aanpassingen, of in een andere passende functie binnen het bedrijf. Spoor 1 heeft altijd de voorkeur, omdat de werknemer zijn baan en arbeidsvoorwaarden behoudt. De werkgever moet actief zoeken naar mogelijkheden om de werknemer te laten re-integreren.
Als re-integratie bij de eigen werkgever niet mogelijk blijkt of geen perspectief biedt, moet de werkgever spoor 2 inzetten: re-integratie bij een andere werkgever. Dit moet uiterlijk worden gestart als duidelijk wordt dat terugkeer in het eigen bedrijf niet haalbaar is, doorgaans rond het eerste ziektejaar. In de praktijk lopen spoor 1 en spoor 2 vaak gelijktijdig, wat door het UWV ook wordt aangemoedigd.
Bij spoor 2 schakelt de werkgever meestal een re-integratiebedrijf in dat de werknemer begeleidt bij het vinden van nieuw werk. De kosten hiervan zijn voor rekening van de werkgever. Activiteiten bij spoor 2 zijn onder meer: het in kaart brengen van competenties en mogelijkheden, het opbouwen van een netwerk, sollicitatietraining, en eventueel omscholing of bijscholing.
Het UWV beoordeelt bij de WIA-aanvraag of de werkgever voldoende inspanningen heeft geleverd voor zowel spoor 1 als spoor 2. Als de werkgever spoor 2 niet of te laat heeft ingezet, is dit een veelvoorkomende reden voor een loonsanctie. Het is daarom belangrijk om het spoor 2-traject tijdig te starten en alle activiteiten goed te documenteren in het re-integratieverslag.
WIA-aanvraag en de beoordeling door het UWV
Na twee jaar ziekte eindigt de loondoorbetalingsplicht van de werkgever en kan de werknemer een WIA-uitkering (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen) aanvragen bij het UWV. De aanvraag moet uiterlijk in week 93 worden ingediend, zodat het UWV voldoende tijd heeft om de beoordeling vóór het einde van het tweede ziektejaar af te ronden.
Bij de WIA-beoordeling kijkt het UWV naar twee aspecten: de medische arbeidsongeschiktheid van de werknemer en de re-integratie-inspanningen van werkgever en werknemer. Een verzekeringsarts beoordeelt de functionele beperkingen, waarna een arbeidsdeskundige bepaalt welke functies de werknemer nog kan uitvoeren en wat het loonverlies is.
Als het loonverlies minder dan 35% bedraagt, heeft de werknemer geen recht op een WIA-uitkering. Bij 35% tot 80% loonverlies komt de werknemer in aanmerking voor een WGA-uitkering (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten). Bij 80% of meer loonverlies en een geringe kans op herstel volgt een IVA-uitkering (Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten), die 75% van het laatstverdiende loon bedraagt.
Het is voor werkgevers belangrijk om te weten dat WGA-uitkeringen worden doorbelast via het systeem van gedifferentieerde premies. Hoe meer (ex-)werknemers een WGA-uitkering ontvangen, hoe hoger de premie voor de werkgever wordt. Grote werkgevers betalen een individueel bepaalde premie; kleine werkgevers betalen een sectorale premie. Dit maakt preventie en goede re-integratie ook financieel zeer relevant.
Sancties bij tekortkomingen in de re-integratie
Het UWV beoordeelt bij de WIA-aanvraag of de werkgever voldoende re-integratie-inspanningen heeft geleverd. Als het UWV oordeelt dat de werkgever tekort is geschoten, legt het een loonsanctie op. Dit betekent dat de werkgever het loon maximaal één jaar langer moet doorbetalen — bovenop de reguliere twee jaar. In de praktijk komt dit neer op een derde ziektejaar.
Veelvoorkomende redenen voor een loonsanctie zijn: het niet of te laat inzetten van spoor 2, het ontbreken van een adequaat plan van aanpak, onvoldoende bijstelling van het plan bij veranderde omstandigheden, het niet benutten van re-integratiemogelijkheden, en het ontbreken van voldoende documentatie. Het UWV hanteert hierbij het "Beleidsregels beoordelingskader poortwachter".
Ook de werknemer heeft re-integratieverplichtingen. Als de werknemer weigert mee te werken aan de re-integratie, passend werk weigert, of de genezing belemmert, kan de werkgever een loonmaatregel opleggen. Dit kan variëren van een waarschuwing tot het volledig stopzetten van de loondoorbetaling. De werkgever moet de werknemer wel eerst schriftelijk waarschuwen en een redelijke termijn geven om het gedrag aan te passen.
Om sancties te voorkomen is het essentieel dat werkgevers alle stappen van de Wet poortwachter nauwgezet volgen en documenteren. Een deskundigenoordeel bij het UWV kan tussentijds worden aangevraagd als er discussie is over de re-integratie-inspanningen. Investeer in een goede arbodienst en houd het verzuimdossier compleet en up-to-date. Bij twijfel is het verstandig om een arbeidsrechtjurist te raadplegen.
Verzuimpreventie: voorkomen is beter dan genezen
De meest effectieve manier om langdurig ziekteverzuim te beheersen is het voorkomen ervan. Verzuimpreventie begint bij een gezonde werkomgeving, zowel fysiek als mentaal. Werkgevers zijn verplicht om een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) op te stellen en een plan van aanpak voor de gevonden risico's te maken. Regelmatige werkplekonderzoeken en preventieve spreekuren bij de bedrijfsarts dragen bij aan vroegtijdige signalering.
Psychisch verzuim is inmiddels de grootste oorzaak van langdurig ziekteverzuim in Nederland. Werkdruk, onbalans tussen werk en privé, conflicten op het werk en een gebrek aan autonomie zijn belangrijke risicofactoren. Werkgevers kunnen deze risico's verlagen door te investeren in goed leiderschap, open communicatie, realistische werkbelasting en voldoende herstelmogelijkheden.
Een effectief verzuimbeleid omvat duidelijke procedures voor ziekmeldingen, een laagdrempelige toegang tot de bedrijfsarts, en een actieve houding van leidinggevenden bij kort verzuim. Frequent kort verzuim kan een signaal zijn van onderliggende problemen. Door hier tijdig het gesprek over aan te gaan, kunnen werkgevers langdurig verzuim voorkomen.
Digitale verzuimregistratie en -analyse helpen werkgevers om patronen te herkennen en proactief in te grijpen. Door verzuimcijfers per afdeling, leeftijdsgroep en seizoen te analyseren, worden risicofactoren zichtbaar. Een goed verzuimbeheersysteem automatiseert ook de poortwachterstappen en signaleert wanneer actie vereist is, zodat geen enkele deadline wordt gemist.
Samenvatting
Bij ziekteverzuim in de eerste twee jaar heeft de werkgever een loondoorbetalingsplicht van minimaal 70% en uitgebreide re-integratieverplichtingen op grond van de Wet poortwachter. Het proces omvat een probleemanalyse, plan van aanpak, regelmatige evaluaties en indien nodig re-integratie spoor 2. Bij onvoldoende inspanningen riskeert de werkgever een loonsanctie van het UWV. Goede verzuimpreventie en een gestructureerde aanpak vanaf dag één zijn essentieel om langdurig verzuim te beheersen.
Verzuimbeheer en re-integratie gestroomlijnd met JustRunBiz
Met de HR-module van JustRunBiz registreer je ziekteverzuim, volg je automatisch de Wet poortwachter-stappen en houd je een compleet verzuimdossier bij. Alle deadlines worden bewaakt en je ontvangt tijdig herinneringen voor evaluaties en acties. Start 30 dagen gratis.
Gratis proberen